>
Levensverhaal geschreven door mijn zoon Jack op verzoek van de behandelaar van de Gelderse Roos te Putten
Mijn geboorte te Montevideo Uruguay
Ik ben geboren in de "vrouwen gevangenis Cabildo" in Montevideo te Uruguay. In die periode werd Uruguay, zoals zovele regimes in Zuid/Amerika in die tijd, geregeerd door militaire dictaturen.

Mijn moeder vertelde mee dat, toen ik geboren werd, meteen na de geboorte, kwam een cipierste met mij in de armen en zei tegen haar,   "Kijk goed naar hem, omdat is de eerste en de laatste keer dat je hem zult zien." Dit lijkt meer een voorspelling naar wat later werkelijke gebeurde met talloze pasgeborene van politieke gedetineerden die werden met geweld van zijn moeder afgenomen en vaak de moeder vermoordt zoals het geval was met Macarena Gelman's moeder.
Deze situatie heef zich niet bij mij, gelukkig, voor gedaan, omdat mijn moeder is op tijd samen met mij naar Chili gevlucht.
In Chili heeft dezelfde patroon, van bedreiging, levensgevaarlijke en onveilig leven zich op nieuw herhaald, na de militaire cup van 11 september 1973.
Maar buiten de enorme spanningen die beruste vooral op de schouders van mijn ouders kon ik vaak deze spanningen voelen zonder dat ik iets van kon begrijpen. Gelukkig is door mijn ouders of door het toeval onder controle gehouden en heeft geleid naar een uitweg ver van de chaos waar ik en mijn broer konden zonder zorgen opgroeieen ondanks deze luguber verleden.

Mijn ouders, en dan voornamelijk mijn vader, die geen deel uitmaakten van de heersende militaire elite hebben zich daartegen willen verzetten door zich bij een bevrijdingsbeweging genaamd de Tupamaros aan te sluiten.
De Tupamaros waren een soort stadsguerrillabeweging en zijn in welbekend in Zuid-Amerika, ze hebben de laatste jaren in Uruguay eerherstel gekregen omwille van hun strijd toendertijd, die in retrospect als rechtvaardig wordt beschouwd. Mijn ouders en wij (ik heb nog een 34 jarige broer die ook hier woont) zijn echter zo vernederlandst dat we er niet echt aan denken om terug te gaan.

Ten tijde van mijn geboorte in 1970 waren mijn ouders gevangengenomen. De geboorte was verder normaal. Na ongeveer een jaar zijn ze vrijgelaten en gevlucht naar Chili waar we een aantal jaar ondergedoken hebben geleefd. Vanuit Chili zijn mijn ouders toen ik 3 jaar was gevlucht als politieke vluchtelingen naar Nederland. Mijn ouders hebben nooit veel met mij gesproken over die periode, ik herinner me er niet veel van behalve flarden en anekdotes van mijn ouders, ik herinner me bv dat ik in het vliegtuig zat naar Nederland op 3 jarige leeftijd en lekker ijs kreeg, blijkbaar maakte dat veel indruk op mij.

Een andere herinnering die mij is bijgebleven is een ongeluk die ik in het opvanghuis in Nederland heb gehad, ik zal toen 3 jaar zijn geweest ongeveer. Ik heb daar een litteken aan overgehouden in mijn gezicht. Ik ben daar toen, al dan niet geduwd dat weet ik niet meer precies, van een metershoge trap gevallen op mijn gezicht en heb een enorme klap gemaakt. Met een open lip ben ik toen heftig bloedend naar het ziekenhuis gebracht.

Mijn relatie in die tijd met mijn ouders herinner ik me als liefdevol maar ook achterdochtig ergens. Zo heb ik het gevoel sterk gekregen van dat incident dat ik mij als het ware dat had laten overkomen door niet goed op te passen en zomaar weg te gaan of te goed van vertrouwen te zijn geweest met mijn vriendjes toen. Mijn ouders zeggen altijd dat ik een erg druk jongetje was die vaak te spontane acties ondernam vanuit mijn drukte. Dit in tegenstelling tot mijn broer Alexander die in die zin wat rustiger was en is.

In de periode die volgde heb ik toen ook wat fysieke klachten ontwikkeld herinner ik me. Ik had nogal last van buikpijnen en braken in periodes. Mijn ouders zeggen dat ik daar ook voor ben behandeld maar hebben nooit echt duidelijk gekregen wat er nou aan de hand was. Naar aanleiding van mijn ongeluk ben ik toen ook onderzocht in Rotterdam herinner ik met met electrodes op mijn hoofd en dergelijke om te kijken of ik eventueel letsel had overgehouden aan die enorme klap. Ze hebben toen iets gevonden wat volgens hun kon duiden op een epileptische afwijking, alhoewel ik nooit een epileptische aanval heb gehad toen of later.

Mijn lagere school was de Bijlmerhorst. Mijn lagereschool periode herinner ik me als positief en stabiel. Ik herinner me een actieve schoolperiode, was een bezig bijtje en mijn ouders hielpen en moedigden me enorm aan om naar school te gaan en  te leren. Ik bleek een goede leerling, hoorde bij de beste van de klas, had vriendjes en vriendinnetjes zoals ik me herinner en speelde veel buiten en had hobbies zoals gitaarspelen. Ik herinner me dat ik heel jong (rond 8 of 9) een vriendinnetje had die gek van me was en achter mij aanliep als het ware. Ik vond dat niet erg en herinner me wel dat andere jongetjes pesterig waren daarover. Ik hield echter niet al te zeer van huiswerk maken, zoveel huiswerk maken was ook niet nodig omdat ik best makkelijk meekon in de klas. Ik werd niet extreem gepest, wel soms gedomineerd door andere jongetjes maar niets extreems in mijn herinnering. Volgens mijn moeder en vader begon ik wel rond mijn 10-12 jaar afwijzend te worden tegenover hun. Ik wilde geen fysiek contact meer met mijn moeder, of meed dat, zo zegt mijn moeder dat althans nu nog. Aan het einde van de schoolperiode haalde ik goede  scores op de cito. Met hulp van een juffrouw toendertijd ben ik naar het gymnasium de Scholengemeenschap Noord te Amsterdam-Noord gegaan.

Tijdens uitjes met mijn ouders kwam rond die tijd ook een fobie naar boven bij me. Ik was bang mijn lichaam te tonen, vond dat ik te wit was, wilde geen korte broeken dragen ed. en voelde me op straat als ik rondliep of in de auto vaak erg bekeken. En als mijn ouders naar de boot gingen wilde ik niet mee vanwege die denkbeelden. Mijn ouders wisten of hadden dat niet echt door, ik sprak er niet over maar ik weet zeker dat ik zo dacht over die dingen. Mijn vader vindt en denkt nog steeds dat ik toen gewoon een koppig joch was dat gewoon niet wilde meewerken omdat ik liever andere dingen deed dan met hun meegaan op die tochtjes. Hij vindt zelfs dat ik mijn broertje daarin heb meegetrokken omdat hij ook op een zeker moment liever niet met hun meeging maar ook thuisbleef.

De middelbare school was lastiger voor mij. Het gymnasium was niet makkelijk en ik had moeite met huiswerk maken ik niet waardoor mijn resultaten in mijn herinnering gemiddeld waren.
Sommige vakken zoals engels en andere talen gingen me erg makkelijk af en daar haalde ik dan ook zonder al te veel moeite hogere cijfers voor. Vaak ging ik pas serieus studeren voor de in mijn ogen lastigere vakken (zoals natuurkunde, wiskunde) op het moment dat de overhoringen aanbraken. Ik had wel een aantal vrienden, zo herinner ik me 2 jongens waar ik veel mee opschoot. Eentje kende ik nog van de lagere school (chinees jongetje, hele intelligente jongen, beste van de klas). Echt veel interesse in relaties had ik niet, althans ik herinner me dat ik me daar toen niet zozeer mee bezighield, ik had andere hobbies zoals computeren wat toendertijd erg opkwam. Ik was gek op computers die pas rond mijn 12 jaar begonnen uit te komen (zoals de commodore 64 waar ik lang mee gespeeld heb toendertijd). Ik had ook vrienden rond dat computeren en  spelletjes spelen waar ik bij langsging of die bij mij thuis kwamen om te computeren en spelen.  Ik herinner me wel uitjes met schoolgenootjes waar ik interesse toonde in de meisjes van de klas.
Met een  meisje had ik ook tijdens een uitje naar Rome duidelijk leuk contact, ik denk zo rond mijn 15e. Maar ik durfde of wilde niet verder initiatief nemen, terwijl ze wel duidelijk interesse toonde als ik er nu aan terugdenk. Ik ben toen ook een paar keer met vrienden naar disco's geweest maar heb dat toen niet doorgezet herinner ik me.

Tegen de tijd dat ik wat ouder werd zo rond de 16 begon ik ook onzekerder te worden over mijzelf. Ik werd toen ook dikkig ik denk door te weinig beweging en een ongezond eetpatroon. Ik herinner me ook dat ik wat later last kreeg van acne en dat ik me daar enorm zelfbewust over voelde. Nu ik eraan denk heb ik ook eerder dan die leeftijd wel 's last van acne op mijn voorhoofd gehad wat ik ook probeerde te verbergen (meer rond 13-14 denk ik ongeveer). Zo ook het feit dat vele mannelijke klasgenootjes van mij opeens de hoogte inschoten en ik klein bleef, voor mijn zelfbeeld waren dat zeer negatieve dingen herinner ik me. Relaties zocht ik zeker niet op in die tijd.

Op mijn 17 ronde ik het gym af met een redelijke cijferlijst. Ik ging als bijna vanzelfsprekend voor mij in die tijd met interesse informatica (software engineering) studeren. In het begin ging dat goed en had ik genoeg motivatie, ik had ook nog contact met een aantal ex klasgenootjes die ook op de VU waren gaan studeren. Alhoewel ik niet iemand was die het studentenleven opzocht. Op 1 vak na (kansberekening) herinner ik me heb ik het eerste jaar toen direct gehaald met goede cijfers, daarna ging het een beetje mis. Ik kon niet goed overweg met de vrijheid die geboden werd op de univeriteit, ik bleef bv het hele tweede jaar hangen op dat ene vak, zocht geen contacten op en bezocht de college's telkens minder en raakte naar mijn gevoel telkens meer afgesloten. Studeren probeerde ik nog wel, ik heb toen ook mijn propedeuse gehaald in het tweede jaar, maar ik begon ook angstiger en teruggetrokkener te worden in het algemeen. Zo durfde ik op een zeker moment amper meer te reizen naar het VU omdat ik me ontzettend bekeken voelde in de bus en overal. Het in de bus geraken was al een hele moeilijke handeling geworden en zodoende begon ik me telkens meer terug te trekken. Achteraf denk ik gewoon dat ik toch wel ernstig depressief was in die periode als ik er nu zo aan terugdenk. Mijn ouders accepteerden dit denk ik omdat ze altijd het gevoel hadden dat ik toch bezig was met mijn studie, en dat was voor hun toch reden om de dingen te accepteren zoals ze waren. Dat was ook wel een beetje zo en ik haalde mondjesmaat wel eens vakken maar was eigenlijk meer bezig met computeren en dingen die ik op dat gebied leuk vond om te doen, zodoende dat ik ook vakken haalde die daarmee te maken hadden (zoals vakken als computer networks ed. dingen die ik sowieso wel interessant vond en waar ik niet keihard voor hoefde te werken), de voor mij lastigere vakken, zoals de meer wiskundige vakken die minder met computerkunde te  maken hadden, bleven vaak liggen. Uiteindelijk heb ik wel 2-3 jaar universitaire studie gehaald maar de motivatie was zodanig laag geworden op een zeker moment dat het gewoon niet meer ging. De studie was te lastig om op zo'n manier te kunnen halen. Wel zeer jammer achteraf vind ik omdat ik toch wel zeker het niveau had bedenk ik me nu, alleen door mijn ongelukkigheid is het er gewoon niet van gekomen.

Teneinde raad heeft mijn vader, omdat ik het huis amper meer uitkwam, ik zat alleen in mijn kamer te computeren, mij als het ware gedwongen naar een psycholoog te gaan, daar heb ik toen een aantal gesprekken gehad maar mijn ouders hebben dit toen ook vanwege de kosten afgekapt. Ik was toen zo rond de 24. Hierna ben ik op aandringen van mijn ouders naar het arbeidsbureau gegaan waar ik al snel op een computer cursus in Hilversum werd gezet. Hier bleek ik ver onder mijn niveau te zitten, maar dat vond ik helemaal niet erg, integendeel door mijn kennis kreeg ik als het ware aanzien bij de mensen op die cursus. Ik zat tussen wat oudere mensen en in korte tijd raakte ik bevriend met een aantal daarvan. Met een vrouw in het speciaal kreeg ik een speciale band en raakte ik voor het eerst in mijn leven heftig verliefd, ik was toen 25. Ze was jammer genoeg getrouwd en het heeft nooit echt wat kunnen worden helaas. Ik moet wel zeggen dat ik in die tijd ook de alcohol ondekte want ik ging vaak met die mensen na de cursus naar de kroeg waar we aan de praat raakten over van alles. Ook raakte ik aan het roken in die periode. Door het bezig zijn met de cursus en de mensen bedenk ik me nu dat langzaam over wat van die fobieen ben heengestapt toendertijd, alhoewel ik het wel jammer vind dat ik daarvoor misschien ook hulpmiddelen als alcohol toendertijd nodig gehad heb.

Na de cursus kreeg ik een baan aangeboden door een van de leraren op de Cursus. Het was een klein beginnend bedrijfje geleid door die leraar die intussen ook een vriend van mij was geworden. Wat volgde waren een aantal vruchtbare jaren op werkgebied, ik bleek een schaap met 5 poten op computergebied in die tijd en leerde in korte tijd veel. Ik heb toendertijd ook periodes gedetacheerd gewerkt in verschillende projecten bij verschillende bedrijven. Ook heb ik toendertijd mijn rijbewijs eindelijk gehaald. Ik had van mijn kroegbezoeken een aantal vrienden overgehouden, en met 1 daarvan ging ik geregeld stappen, hij was een beetje een versierder dus op die manier kwam ik ook makkelijker in contact met vrouwen. Ik ging toen ook sporten in een sportschool waardoor ik er fysiek beter uitzag. Ik begon toen ook meer vrouwen te ontmoeten in uitgaansgelegenheden, echter had ik wel vaak een slokje op in zulke situaties herinner ik me, hierdoor stapte ik wat makkelijker over mijn genes heen. In die periode kreeg ik ook verscheidene vrouwen als vrienden. We spraken vaak af en gingen samen stappen. Ik durfe echter met geen enkele een hechte fysieke relatie aan, hier was ik toch ergens te angstig voor, ik dacht vaak dat ze dat toch niet zouden willen en voelde me in die zin inferieur denk ik waardoor ik dat toch meed. Ergens ook bang om  mijn lichaam te tonen denk ik nog steeds. Op mijn 29 tot 30e ongeveer ging ik veel om met een meisje dat ik al langer kende. Ik was verliefd op haar maar durfde dat niet te uiten, we deden veel samen en gingen veel samen uit, ik kwam ook vaak bij haar thuis langs. Maar ik hield toch mijn afstand op relationeel gebied waardoor zij ook aan mij ging twijfelen denk ik en ook haar heil elders ging zoeken, als ik er nu aan terugdenk logisch natuurlijk. Op een zeker moment kreeg ze een relatie met iemand anders en het was voor mij teveel om als `vrienden` door te gaan, ik heb toen afstand genomen, iets wat haar duidelijk ook zeer deed.

Intussen was ik ook van baan gewisseld en als software engineer gaan werken bij NOB Interactive (later Bright Alley geworden), een bedrijf op het media park in Hilversum. Daar maakte ik redelijk carriere in de zin dat ik vrij snel projecten doorliep en binnen 1 a 2 jaar als technisch specialist te boek stond. Hierna kreeg ik de mogelijkheid om met een collega mee te gaan naar een ander bedrijf te jobhoppen ook op het media park. Hier ging ik werken in de R&D afdeling van een bedrijf gespecialiseerd in mobiele technologie. Op technologisch gebied was dit een zeer interessante maar ook stressvolle baan. Tijdens al deze baantjes rookte ik trouwens best heftig. Ik had die gewoonte in de kroeg geleerd en meegenomen naar het werk. In de IT werd er nogal op los gerookt in die tijd (1995-2001 ongeveer) dus dat was geen probleem.

De ziekte van Hodgkin (kanker)
Rond mijn 31e levensjaar voelde ik wat bobbels in mijn nek, ik stond er niet echt bij stil toen en dacht toen zeker niet aan iets heftigs, ik was nooit ernstig ziek geweest. Helaas bleven ze maar groeien tot ik er op een zeker moment zelfs een stijve nek van kreeg, ik had ook grote bobbels in mijn oksels inmiddels. Ik was sowieso iemand die altijd dokters bezoeken uitstelde, naar de tandarts gaan deed ik ook niet vaak. Maar op een zeker moment kon  ik het gewoon niet meer uitstellen, het was ongeveer eind 2002, ik was net 32 geworden, toen ik eindelijk ´s naar de huisarts durfde te gaan. Helaas zijn de gevolgen bekend, ik bleek de ziekte van Hodgkin te hebben, het begin van de donkerste periode in mijn leven.

Wat volgende was een lang ziektebed gevolgd door een lange fysieke herstelperiode. Ik bleek een hardnekkige versie van de ziekte te hebben en moest na de 10 eerste chemo behandelingenmet nog meer chemo kuren behandeld worden, na 10 behandelingen met ABVD bleek mijn ziekte refractair. In het VUmc ben ik toen verderbehandeld met 5 hoge dosering kuren gevolgd door een stamceltransplantatie. In totaal ben ik ongeveer een volledig jaar, 2003, bezig geweest met chemokuren. Aan het einde hiervan was ik fysiek helemaal gesloopt. De jaren hierop volgend ben ik fysiek hersteld, mede door veel te sporten en met mijn gezondheid bezig te zijn. Helaas is die houding nu ik weer bij mijn ouders leef weer verwaterd. Emotioneel was deze periode zeer zwaar ook voor mijn familie. We hebben het geregeld nog over de ziekte en wat we in die periode hebben meegemaakt. Mijn verhouding met mijn ouders is hechter geworden door de ziekteperiode. We hebben door wat we hebben meegemaakt meer begrip voor elkaar gekregen.

Op dit moment in mijn leven kamp ik met nogal wat motivatie problemen en ik voel me nogal somber. Mijn ouders hebben hetzelfde, mijn vader is niet depressief maar wel somber en mijn moeder heeft depressieve periodes afgewisseld door wat euforischere periodes.

De ziekteperiode begon in 2003. Achteraf voel ik me zeer schuldig tegenover mijzelf omdat ik naar mijn idee veels te lang heb doorgelopen met iets zonder actie te ondernemen. Ik had inmiddels erg veel last van fysieke problemen, was ontzettend moe, had last van nachtzweten. Achteraf heeft volgens mij deze houding er misschien mede voor gezorgd dat ik een zeer problematisch ziekteverloop heb gehad. Was ik maar alerter geweest dan had ik misschien niet zoveel chemo gehad, was ik binnen een half jaar genezen geweest, had ik mijn baan behouden etc etc. Achteraf weet ik natuurlijk hoe belangrijk het kan zijn om zo snel mogelijk te zijn bij dit soort dingen. Maarja, achteraf praten is altijd makkelijk natuurlijk.

De verkeerde behandelingskeuze van het Flevoziekenhuis oncoloog

Tijdens de initiele diagnose in het Flevoziekenhuis was er sprake van dat ik mee kon doen aan een trial, het ging hiet tussen 2 verschillende kuren genaamd ABVD (een wat meer standaard kuur) en een wat nieuwere kuur BEACOPP. Echter dit is later veranderd en besloten werd door de behandeld arts mij toch maar de ABVD kuren te geven. Ik had toen niet echt veel idee wat dit allemaal inhield natuurlijk en liet het maar over mij heenkomen. De percentages van genezing door ABVD van Hodgkin in mijn fase waren hoog, zo rond de 70-80% dus dat klonk allemaal positief in mijn oren (ik had fase 2B wat wil zeggen dat ik ziekte boven mijn diafragma op meerdere plekken had en b-symptomen had zoals nachtzweten).

Na de initiele diagnose in the Flevoziekenhuis volgde een periode van acceptatie en gewenning aan de behandelingen. Emotioneel was dit een superzware periode voor mijn hele familie, mijn ouders en ook mijn broer. De confrontatie met wat je allemaal overkomt in een ziekenhuis. De eerste chemo behandelingen met ABVD kuren bleken hanteerbaar. Ik werd poliklinisch behandeld, kreeg de chemo, en kon daarna 2 weken thuis herstellen voor de volgende chemo. De kuren waren niet al te zwaar initieel, afgezien van wat misselijkheid en verlies van haar en algehele vermoeidheid en last van verstopping en dat soort dingen. De weken tussen de behandelingen door probeerde ik veel te wandelen in de bossen rond Almere met mijn ouders, goed te eten, met roken en drinken was ik natuurlijk gestopt in die periode. Het effect van de eerste kuren op de bobbels die ik overal had in mijn nek en oksels was optimaal, ze schenen als sneeuw voor de zon te verdwijnen, dat gaf ons ook veel positieve energie om met de kuren door te gaan. Zo gingen een aantal maanden voorbij.

Na de initiele schok begon ik na een paar maanden op internet rond te struinen naar informatie omtrent mijn ziekte. Ik schreef mij in op een aantal mailinglists die over Hodgkin gingen en op een Nederlandse lijst kwam ik zodoende in contact met andere mensen die hetzelfde als ik in het verleden hadden meegemaakt of nu meemaakten. Hier haalde ik veel tips, steun en geruststelling vandaan. Ik was niet de enige, de meeste mensen die ABVD kuren moesten doorlopen herstelden goed. Je vernam zo ook andere informatie, zo las ik toen dat de meeste mensen met Hodgkin in het VUmc behandeld werden met BEACOPP, de kuur waarvan mij verteld was dat die nog niet gegeven werd in Nederland omdat het nog experimenteel was. Op veel plekken op internet kon je echter vernemen dat elders in de wereld (Duitsland bv) die kuur volop werd gegeven en dat vooral bij de zwaardere gevallen (wat ik toch eigenlijk wel was denk ik) met deze kuur betere resultaten werden behaald (in de 90 procent).

------------

De periode van behandelingen begon in 2003. Achteraf voel ik me zeer schuldig tegenover mijzelf omdat ik naar mijn idee veels te lang heb doorgelopen met iets zonder actie te ondernemen. Ik had inmiddels erg veel last van fysieke problemen, was ontzettend moe, had last van zwaar nachtzweten. Achteraf heeft volgens mij deze houding er misschien mede voor gezorgd dat ik een zeer problematisch ziekteverloop heb gehad. Was ik maar alerter geweest dan had ik misschien niet zoveel chemo gehad, was ik binnen een half jaar genezen geweest, had ik mijn baan behouden etc etc. Achteraf weet ik natuurlijk hoe belangrijk het kan zijn om zo snel mogelijk te zijn bij dit soort dingen. Maarja, achteraf praten is altijd makkelijk natuurlijk.

De confrontatie met de diagnose was een enorme schok voor mij en mijn familie. Ongeloof heerste in het begin. Het duurde een paar weken voordat met de chemo kon worden gestart, die weken waren zeer zwaar mede omdat ik elke dag merkte dat de bobbels sneller groeiden en de stijve nek was intussen veranderd in een bijna onbeweegbare, bolstaande nek, vol van tumoren rondom, de bobbel in mijn linkeroksel was inmiddels zo groot als een tennisbal. De angst en de confrontatie met mijn sterfelijkheid op dat moment was enorm, je beseft je terdege dat je, als er niets gebeurd, nog maar een paar weken maximaal te leven hebt.

Tijdens de initiele diagnose in het Flevoziekenhuis was er sprake van dat ik mee kon doen aan een trial, het ging hier tussen 2 verschillende kuren genaamd ABVD (een wat meer standaard kuur) en een wat nieuwere kuur BEACOPP. Echter dit is later veranderd en besloten werd door de behandeld arts mij toch maar de ABVD kuren te geven. Ik had toen niet echt veel idee wat dit allemaal inhield natuurlijk en liet het maar over mij heenkomen. De percentages van genezing door ABVD van Hodgkin in mijn fase waren hoog, zo rond de 70-80% dus dat klonk allemaal positief in mijn oren (ik had fase 2B wat wil zeggen dat ik ziekte boven mijn diafragma op meerdere plekken had en b-symptomen had zoals nachtzweten).

Na de initiele diagnose in the Flevoziekenhuis volgde een periode van acceptatie en gewenning aan de behandelingen. Emotioneel was dit een superzware periode voor mijn hele familie, mijn ouders en ook mijn broer. De confrontatie met wat je allemaal overkomt in een ziekenhuis. De eerste chemo behandelingen met ABVD kuren bleken hanteerbaar. Ik werd poliklinisch behandeld, kreeg de chemo, en kon daarna 2 weken thuis herstellen voor de volgende chemo. De kuren waren niet al te zwaar initieel, afgezien van wat misselijkheid en verlies van haar en algehele vermoeidheid en last van zware verstopping en dat soort dingen. De weken tussen de behandelingen door probeerde ik veel te wandelen in de bossen rond Almere met mijn ouders, goed te eten, met roken en drinken was ik natuurlijk gestopt in die periode. Het effect van de eerste kuren op de bobbels die ik overal had in mijn nek en oksels was optimaal, ze schenen als sneeuw voor de zon te verdwijnen, dat gaf ons ook veel positieve energie om met de kuren door te gaan en het allemaal vol te houden en positief proberen te blijven. Zo gingen een aantal maanden voorbij.

Na de initiele schok begon ik na op internet rond te struinen naar informatie omtrent mijn ziekte. Ik schreef mij in op een aantal mailinglists die over Hodgkin gingen en op een Nederlandse lijst kwam ik zodoende in contact met andere mensen die hetzelfde als ik in het verleden hadden meegemaakt of nu meemaakten. Hier haalde ik veel tips, steun en geruststelling vandaan. Ik was niet de enige, de meeste mensen die ABVD kuren moesten doorlopen herstelden goed. Je vernam zo ook andere informatie, zo las ik toen dat de meeste mensen met Hodgkin die in het VUmc zaten behandeld werden met BEACOPP, de kuur waarvan mij verteld was dat die nog niet gegeven werd in Nederland omdat het nog experimenteel was. Op veel plekken op internet kon je echter vernemen dat elders in de wereld (Duitsland bv) die kuur volop werd gegeven en dat vooral bij de zwaardere gevallen (wat ik toch eigenlijk wel was denk ik) met deze kuur betere resultaten werden behaald (in de 90 procent).

Een aantal maanden verder waren de meeste bobbels verdwenen door de chemo. Echter op een zeker moment voelde ik weer iets van een bobbel onder mijn rechter wang. Ik heb dit toen bij de behandelend arts zsm willen melden maar volgens hem was er niets aan de hand ik maakte me onnodig druk, de bobbel was een reactie ergens op, niets om me druk over te maken. Zeer gerustgesteld ging ik weer huiswaarts en richtte me weer op de volgende chemo. Echter twee weken later en een volgende chemo verder was ik toch weer ongeruster geworden omdat de bobbel toch duidelijk leek te groeien. Nu werd toch maar besloten een punctie te doen, het was ongeveer juni 2003, ik had net ongeveer 10 chemo behandelingen met abvd achter de rug in het Flevo. De uitslag van de punctie was slecht, in de bobbel zaten duidelijk Hodgkin cellen, mijn ziekte was door de chemo heen aan het groeien (refractair noemden ze dit). Mij werd verteld dat dit zeer slecht was en dat de 5-jaarlijkse overlevingskansen hiervoor rond de 20 procent lagen. Een enorme schok natuurlijk, wat moest ik hiermee, het voelde aan als een doodsvonnis, de bobbel groeide ook zeer snel. Ik was toen volledig teneergeslagen en emotioneel, tesamen met mijn ouders en broer. Het plan was om verder behandeld te worden in het AMC met dhap-vim-dhap kuren. Echter ik heb toen tijdens een gesprek met mijn huisarts die toevallig langskwam gevraagd of ze contact kon opnemen met het VUmc omdat ik daar meer vertrouwen in had. Inmiddels had ik die huisarts ook geinformeerd over mijn bevindingen via het internet, ik herinner me dat zij mij de meest geinformeerde patient vond die zij ooit gehad had en ik denk dat ze vanuit die wetenschap toch heeft besloten voor mij te bellen, ze twijfelde namelijk wel. Kort daarop belde ze me op dat ze een zeer positief gesprek had gehad met een arts van het VUmc en dat ik de volgende dag langs kon komen. Ik zag dit als een kans en heb toen mijn dossier bij het flevo opgehaald en ben naar het VUmc gesneld, tesamen met mijn ouders.

Op het VUmc ging ik toen een diagnose periode in van een paar weken, angstige weken waren dit, want zolang er niets gebeurde voelde ik dagelijks de bobbel groter worden en meer tegen mijn gehemelte aandrukken. Er was eerst sprake van dat ze me toch de BEACOPP kuren wilden geven maar na consultatie met Duitsland werd besloten dat voor mijn situatie een zeer hoge dosering protocol uit Duitsland gevolgd door een stamceltransplantatie gebruikt moest worden. Ik vond dit een klap want ik besefte me terdege het verschil tussen een eerste lijns kuur en een transplantatie traject (dit besef had ik gekregen van de ervaringen van mensen op internet, die allemaal toch duidelijk aangaven dat een transplantatie iets van een andere orde was), maar ik realiseerde me ook dat ik daarmee toch de beste kansen had dus besloot ik ervoor te gaan.

Na een periode van een paar weken begon ik met de eerste hoge dosering kuur (DHAP). Hiervoor waren opnames in het ziekenhuis noodzakelijk omdat dit zeer zware kuren waren. Ik herinner me dat ik van de eerste kuur ontzettend ziek werd, lag alleen in bed te kermen van de pijn in mijn maag en darmen en het ongemak dat ik voelde. De opname in het ziekenhuis was zwaar mentaal, zoveel indrukken, zoveel mensen, en dat voor iemand zoals mij die sociaal angstig was. De zusters waren aardig en ik had goed contact met sommige van hun en de medepatienten, op deze manier kon ik het een en ander beter verwerken. Na de eerste DHAP kreeg ik weer een kuur met DHAP. De bobbel leek kleiner te worden maar was nog steeds aanwezig. Rond de 3e kuur (hoge dosering cyclophosfamide) leerde ik ook een koffiejuffrouw daar kennen, ze kwam altijd langs met de koffie en eten ed. We raakten op een zeker moment aan de praat omdat ze ook uit Zuid-Amerika, Colombia, kwam en ik kon met haar mijn gebroken spaans oefenen, iets waar we beiden plezier aan beleefden. Langzaam aan begon ik tijdens de chemo´s uit te zien naar onze gesprekjes en als ze langskwam of als ik haar op de gang tegenkwam deed ik mijn best om een praatje te maken, ik vond het ook heel leuk. Het is raar maar tussen alle ellende door begon ik deze praatjes en het contact met haar als lichtpunten in mijn dag te zien. Ik kreeg er hoop door denk ik en het was iets wat me sterker maakte in mijn vastberadenheid deze ziekte te verslaan. Hoop doet leven denk ik en dat heb ik toen toch aan den lijve ervaren. Achteraf denk ik ook dat ik mij als het ware vasthield aan de gesprekken en het contact met haar, het was misschien het laatste gevoel dat ik in mijn leven zou hebben en het voelde daarom denk ik erg intens, ik zag haar dan ook als een engeltje gestuurd door de goden om mij te helpen. Het probleem was ook denk ik dat ik bijna alleen in bed lag, of althans erg veel, waardoor ik er ook erg veel over kon nadenken, veel anders had ik niet in mijn leven op dat moment, dat maakte het misschien ook 'te' intens hoe ik de dingen toen beleefde. Wat ook zo was is dat ik door zo verzwakt te zijn of door mijn verblijf in het ziekenhuis, ik weet niet zeker wat het was, rustiger was in mijn contacten met mensen, gelaten bijna, niet zo gespannen, hierdoor werd het bijna makkelijker voor me om contacten te leggen, misschien ook omdat ik in korte tijd erg veel contacten had met artsen, mede patienten etc, ik had geen tijd en energie meer over om me daar druk over te maken.

Intussen gingen de hoge dosering kuren verder. Als vierde kuur kreeg ik metrotraxaat-vincristine(weet niet zeker meer of die spelling goed is) en als laatste kuur etoposide (deze spelling weet ik nog wel zeker) . Ik had last van allerlei fysieke problemen of rare dingen zoals een hik die niet wilt stoppen (nooit geweten dat de hik zo lastig kan zijn) maar op zich vielen die laatste kuren herinner ik me mee vergeleken met de eerste kuren. Ik was klaar voor de laatste klap, de stamceltransplantatie (de BEAM-transplantatie zoals ze deze noemden). Het was november 2003 toen ik deze kreeg toegediend. Dit was de zwaarste kuur van allemaal en ook de langste opname. Ik had genoeg tijd om praatjes te maken tussen de problemen door. Ondanks alles kon ik na ongeveer 2 weken naar huis. Na de transplantatie was ik fysiek helemaal gesloopt, ik heb er toen een half jaar over gedaan om weer enigszins normaal te kunnen eten en enigszins fysiek te herstellen. Ik was wel al mijn gewicht verloren in die tijd ik woog nog maar rond de 68 denk ik kilo terwijl ik vroeger voor de kuren rond de 80 was (wel dikkig dan natuurlijk). Ik ging dagelijks wandelen met mijn vader of moeder.
Hierna volgden een paar maanden van moeizaam herstel, ook mentaal. Ik was toen heel kwetsbaar omdat mijn lichaam langzaam weer weerstand moest zien op te bouwen en leefde daarom eingenlijk nog steeds geisoleerd. In april 2004 ongeveer kreeg ik een PET-scan om te kijken hoe het zat met de ziekte. Ik voelde geen bobbels meer dus ik had er veel vertrouwen in dat de PET-scan schoon zou zijn (ik had ook na de cyclofosfamide kuur een schone pet-scan gehad reeds). Echter de uitslag was negatief, ze zagen nog wat vage activiteit in mijn rechter wang weer. Een enorme schok, alweer voelde dit aan als een doodsvonnis. Als ik na alle chemo nog steeds niet schoon was dan was er niets wat me nog echt kon redden, alleen experimentele behandelingen bleven over of anders palliatief. Ik wist niet waar ik het moest zoeken. Ik herinner me dat ik in zo'n shock was dat het voelde alsof ik niet meer op deze wereld was, als ik mensen aankeek was het net alsof ik ergens anders was heel gek. Dit gevoel was zo sterk dat mijn vader om iets te proberen wat wiet is gaan halen om te zien of dat me enigszins weer rustiger kon maken. Ik had vroeger wel eens een jointje gerookt met vrienden, maar nooit vanuit mijzelf iets gekocht of iets dergelijks. De wiet leek zijn werk te doen, ik werd er rustiger van en kon ervan in slaap vallen ondanks de shock waar ik in verkeerde. Gelukkig bleek ik achteraf een vieze kies aan de rechterkant van mijn gebit te hebben die waarschijnlijk ontstoken geraakt is wat ook een uitslag op de PET kan hebben gegeven. Ik denk dat dit het was omdat ik verder niets meer heb gevoeld op die plek van mijn wang. Achteraf is dit dus waarschijnlijk een false positive geweest. Sindsdien heb ik trouwens geen PET scan meer gekregen van het VU, iets wat ik niet helemaal begrijp omdat ik weet dat ze in amerika bv om het half jaar zo'n PET scan geven of in ieder geval frequenter na de ziekte, maargoed, in Nederland worden soms andere afwegingen gemaakt dat heb ik intussen wel geleerd en soms is het beter niets te weten denk ik nu ook maar.

Met Claudia, het koffiemeisje, had ik via de mail een beetje contact behouden en ze had me uitgenodigd om op 22 mei 2004 bij haar langs te komen voor een feestje. Ik had een heel positief beeld van haar in mijn hoofd en stelde me ook zo voor dat het wel wat zou kunnen worden tussen ons. Echter op dat feestje ging het blijkbaar mis, misschien dacht ze dat ik iets van haar wilde ik weet het niet. Wat gebeurde was dat op dat feestje haar vriend verscheen, zij had mij nooit over hem verteld toendertijd, misschien was het een 'nieuw' vriendje. In ieder geval voor mij was dat even pijnlijk maar niet onoverkomelijk, ik zag haar als een zeer goede vriendin in spe. Echter achteraf bleek ze helemaal geen contact meer met mij te willen. De week erop heb ik haar toen nog gebeld en toen bleek dat ze elk contact wilde afkappen, ze zou naar Zuid-Amerika teruggaan en had geen interesse in nieuwe vrienden, integendeel ze zat juist afscheid te nemen. Ik begreep dit niet echt en het  deed me heel erg zeer dat dit op zo'n manier moest aflopen. Ik heb hier erg veel pijn over gehad toendertijd, ergens was ik al een beetje verliefd op haar denk ik, maar ik had het ook kunnen accepteren als we gewoon vrienden hadden kunnen zijn, maar misschien geloofde ze dit niet. Mijn gevoelens in die tijd waren heel intens ook, ik huilde veel ik denk ook door de blijdschap het overleefd te hebben. Dus ook het verkeerd lopen van dit contact ervaarde ik als heel intens. Achteraf besef ik me dat ik alles veel intenser beleefde toendertijd door hetgeen ik net had meegemaakt en overleefd.

Wat ik wel ook nog kwijt wil is dat ik januari 2004, dus echt net na mijn transplantatie, ik was meer dood dan levend toendertijd, een telefoontje kreeg van mijn toenmalig werkgever waaruit bleek dat ze een afscheid voor mij wilden regelen. Ik was zo zwak dat ik het niet helemaal begreep en het gesprek zo goed als ik kon op dat moment afrondde. Afscheid, het zal wel heb ik toen gedacht niets kon me eigenlijk minder interesseren, ik was bezig te vechten voor mijn leven, met geld was ik toen zeker niet bezig. Het zou een afscheidsfeestje in een of ander cafe zijn, het was domweg onmogelijk om in mijn toenmalige toestand, haast zonder weerstand, naar zo´n plek te gaan. Maanden later toen ik een beetje bijgekomen was en enigszins goed kon nadenken heb ik vernomen (via internet weer) dat wat mijn toenmalige werkgever gedaan heeft helemaal niet mag. Je mocht toendertijd iemand die in zijn 2e ziektejaar zat (2003 was mijn eerste) niet zomaar ontslaan, tenzij je meewerkte natuurlijk. Ik heb toen besloten niets te tekenen maar het kwaad was al geschied, ze hadden me half dood ontslagen terwijl dit eigenlijk niet eens mocht. Boos was ik toen ik dat doorhad, maar ik besloot me daar niet druk om te maken, ik had mij leven aan mijn hoofd. Achteraf vraag ik me wel af wat mij toendertijd financieel is aangedaan, waarschijnlijk veel meer dan ik ooit zal weten, maargoed.

Mijn eigen huis!
Het intenser beleven van dingen ging het hele jaar 2004 en ook in 2005 door. In het midden van het jaar (2004) heb ik toen ook besloten een eigen huisje te nemen. Dit kwam heel sterk vanuit het gevoel het overleefd te hebben en binnen korte tijd te willen doen wat ik nog nooit met mijn leven gedaan had. En ik moest snel zijn want je wist maar nooit wanneer die ziekte weer terug zou komen, zo voelde het althans. Ik stond toen positiever dan ooit en intenser dan ooit in het leven herinner ik me, heel gek. Ik wilde leven, probeerde te sporten en onderzocht en at alleen gezond eten, met veel anti-oxidanten in de hoop de ziekte uit mijn lichaam te bannen, of in ieder geval alles te doen wat in mijn machte lag. Zo at ik bv erg weinig vlees meer, maar wel vette vis en witte vis, zalm en ander voedsel waar veel anti-oxidanten in zaten. Zo dronk ik elke ochtend vers grapefruit sap, iets waar veel anti-oxidanten in zit ook. Ik at veel groente en fruit, vooral groente als broccoli en andere kolen had ik gelezen zijn goed in anti-oxidanten gehalte, ging bijna dagelijks de natuur in om frisse lucht te snuiven, probeerde te joggen, fietsen etc etc. Tussen de middag had ik de gewoonte opgepikt om een jointje te roken, echter dit leek me alleen maar een postieve impuls te geven in die tijd. Ik leefde wel redelijk geisoleerd bedenk ik me nu, ik zocht niet echt veel sociale contacten op alhoewel ik wel contact had opgenomen met een oude vriendin van vroeger die ik nog van het stappen kende, met haar ben ik toen wel een paar keer uitgeweest en andere dingen gedaan zoals naar de zonnebank gaan maar op een zeker moment heb ik dit contact een beetje afgekapt omdat ik het allemaal nogal eenzijdig vond van haar kant, ik weet niet zeker eigenlijk waarom dat afgekapt is bedenk ik me nu het is zo gegroeid, misschien kwam het ook door mijn cannabis gebruik wat toch wel intenser begon te worden op een zeker moment herinner ik me. Ik had wel een ander contact opgedaan op een verjaardag waar ik toen met dat meisje was. Dit was een jongen die ook af en toe een jointje met me rookte en die ook in de WAO zat toendertijd. Hij werd een vriend van me. Echter na de problemen die ik ervaren heb door het cannabis gebruik, begin 2006 heb ik een psychose gehad heb ik het contact met hem afgehouden omdat ik niet meer die richting opwilde wat cannabis gebruik betreft.

Tussen de bedrijven door bezocht ik in 2004 zeer geregeld het VUmc voor controles. Ik probeerde dit positief in te gaan omdat ik blij was dat de doktoren mij genezen hadden en ik wilde me positief opstellen voor hun. Het ging ook goed met me in ieder geval de ziekte leek bedwongen te zijn.

Intussen was ik ook begonnen internet in mijn huisje als sociaal medium te gebruiken, in het verleden had ik de pc nooit echt op die manier gebruikt maar in deze fase van mijn leven voelde ik blijkbaar die behoefde. Het was makkelijker voor mij via het internet sociale contacten op te doen. Zo raakte ik aan de praat met verschillende mensen van overal rond de wereld. Ik raakte ook wel 's aan de praat over mijn ziekte, ik denk dat het een manier is voor mij om toch over dingen te praten en ze te verwerken, daar waar ik misschien angstiger ben voor direct menselijk contact lukt het via de computer wel. Zo kwam ik rond oktober 2004 een vrouw op internet uit Peru tegen, Merli genaamd, ik sprak met haar via msn in het spaans en ze luisterde vaak naar wat ik te zeggen had en ik luisterde ook veel naar haar. Ze was altijd bereid naar mijn problemen te luisteren en ik had  toen een luisterend oor nodig tijdens mijn herstel periode. Nog steeds hebben we veel contact, ik weet wat er in haar leven speelt en zij weet veel van mijn leven. Ze heeft ook een dochtertje en na een tijd kwam ik erachter wat voor een moeilijk leven ze leidt in Peru. Het is een derde wereld land, er zijn geen sociale vangnetten zoals je hier hebt en Merli heeft een dochtertje genaamd Bianca die ze in haar eentje zo goed als mogelijk probeert op te voeden. Toendertijd had ze het heel moeilijk om rond te komen van het beetje geld dat ze hier en daar bij elkaar sprokkelde. Omdat ik gevoelens voor haar situatie had gekregen en omdat ze altijd voor mij klaarstond heb ik op een zeker moment besloten haar financieel te helpen. Ik denk dat zij ergens mijn soortement virtuele familie zijn, iets wat ik in de werkelijke wereld niet aandurf. Inmiddels heeft zij een leven opgebouwd met het geld dat ik haar opstuur. Het leven daar is veel goedkoper dan hier dus een met een beetje hulp van mij kan ze een redelijk bestaan voor zichzelf en Bianca opbouwen, Bianca is inmiddels 8 jaar en gaat naar school nu, ze was 5 jaar toen ik Merli net ontmoette. Ik koester warme gevoelens voor deze voor mij gevoelige, meelevende en lieve vrouw, die als een van de weinige op deze wereld er altijd voor mij is geweest op mijn moelijke momenten in dit leven. Echter mijn angsten voor sociale contacten en fobieen waar ik mij van bewust ben hebben mij ervan afgehouden om contact met haar op te zoeken, ergens denk ik ook ben ik bang haar teleur te stellen omdat ik niet echt denk dat ik verliefd op haar ben, ik denk dat ik haar fysiek niet aantrekkelijk vind, dat is nogal moeilijk via de webcam en bellen alleen. We hebben veel contact nog steeds via msn, in het begin dat we elkaar leerden kennen hebben we vaak de webcam gebruikt, nu nog steeds wel 's maar minder. Ook hebben we geregeld met elkaar gebeld en gesproken, alhoewel ik wel merkte dat dat ongemakkelijk voor mij was, dan komen de inhibities in me weer naar boven, maar zo het contact onderhouden via msn lukt wel. Ze heeft denk ik geaccepteerd dat ik de relatie zo hou, ze heeft geen keus, en ik voel me er ook wel een beetje schuldig over omdat ik niet meer aandurf. Ze werkt nu ook en we hebben bijna dagelijks nog steeds contact.

2005 was een goed jaar zoals ik me herinner. Ik was bezig met mijn herstel nog steeds, het ging goed, mijn conditie ging vooruit. Ik was nog wel vaak ziekig en werd snel ziek van anderen en was wel vaak vermoeid maar dat is logisch na zulke behandelingen, de doktoren zeiden ook dat je niet meer 100 procent kan worden na zulke behandelingen, maar ik was vastbesloten mijn best te doen. Ik probeerde regelmatiger te sporten en te joggen, dat deed me enorm goed herinner ik me. Ik bezocht nog steeds het VU voor controles en het ging goed, de ziekte leek in bedwang. Dit gaf me veel kracht om door te gaan op de weg die ik had ingeslagen. Ik kende mijn overlevingspercentages, inmiddels had ik wel trials (dit waren trouwens trials van de artsen uit Duitsland die mijn protocol bedacht hadden, gedateerd 2005, door oa. dr Engert herinner ik me, ik heb dit nog op papier) gevonden op internet die gingen over de kuur die ik gehad had. Hier werd gesproken van 5 jaarlijkse overlevingskansen van progessieve ziekte in de lage 40 procent, refractair zal wel iets daaronder gelegen hebben (refractaire ziekte is net ietsje erger dan progressief), zeg maar rond de 30 procent, dit was altijd nog een stuk beter dan de initiele 20 procent, dus dit gaf me goede hoop op een gezonde toekomst. Daar hield ik me aan vast, plus het feit dat ik 1-2 jaar later nog steeds aan de goede kant van de medaille zat. Voorlopig was ik nog echt niet toe aan het denken aan andere dingen, hier kwam echter snel verandering in toen ik in oktober 2005 opgeroepen werd door het UWV.

De UVW en de bezuiningen van Minister Kampf
Ik maakte me er initieel niet druk om omdat ik dacht dat ik een ernstig geval was die nog wel even wat tijd gegund was om helemaal te herstellen van het gebeurde, ook mentaal. Niets bleek minder waar, het waren de jaren van de befaamde WAO herbeoordelingen en dit was op z'n zachts gezegd niet gemeten naar de menselijke maat. Eenmaal op gesprek met de herbeoordelingsarts bleek mijn hele ziekte te worden gebagataliseerd naar een standaard geval, ik had hodgkin gehad was nu schoon niets aan de hand, dit natuurlijk om mij zodoende niet als 'ernstig' te noteren en al bagataliserend weer goed te keuren. Er was immers niet veel meer aan de hand, ik was gezond, woonde om mezelf en was klaar om de wijde wereld weer in te trekken. De afgelopen 2 jaar had ik niet veel meegemaakt en was bv maar 1x ernstig grieperig geweest, kortom ik was een beetje een zeurpiet. Ik was hier echter toen zeker nog niet aan toe in mijn belevenis. Nu hing mij ook nog financiele onzekerheid boven het hoofd, iets waar ik nooit ook nog op had gerekend, zeker niet gezien mijn ziektegeschiedenis, ik vond dit zeer onrechtvaardig toendertijd en vond dat mij zeker meer tijd gegund was zeker gezien mijn prognoses in die tijd. Prognoses die dus ook gebagataliseerd werden in samenwerking merkte ik met het VU die het over percentages van 70 procent had in een brief omtrent mijn toestand die ze, zonder mijn medeweten, reeds aan het UWV verstrekt hadden. Dit heb ik toen van mijn advocaten vernomen, een brief waarvan het VU later beweerde dat het later verstuurd was dan daadwerkelijk het geval was (voor alle duidelijkheid, ik had 2 identieke brieven in mijn handen verschillend gedateerd, een gedateerd voor mijn gesprek in de VU, gekregen via mijn advocaten en een gedateerd na mijn gesprek gekregen van het VUmc). Ik heb toendertijd na het eerste gesprek met het UWV omdat ik al doorhad welke kant dit opging (en dus nog voor de brief) ook aan het VUmc via mail gevraagd om eerst met mij te consulteren alvorens er medische informatie werd opgestuurd, ik kreeg hier echter nul op het rekest. Ik vond deze manier waarop men met mij omging ongehoord en heb op een zeker moment ook het VUmc hiermee geconfronteerd. Dit was voor mijn gevoel zeer pijnlijk omdat ik die mensen toch als mijn redders beschouwde. Door bezig te zijn met dit alles ging ik echter ook meer cannabis gebruiken om me beter en rustiger te voelen. Dit ging echter mis, ik raakte in de knel psychisch, kon slechter tot niet slapen en sloeg als het ware door. Achteraf bleek ik een psychose te hebben.
ACTUACIÓN ILEGÍTIMA DEL ESTADO URUGUAYO ENTRE EL 13 DE JUNIO DE 1968 Y EL 28 DE FEBRERO DE 1985, RECONOCIMIENTO Y REPARACIÓN A LAS VÍCTIMAS... PERO NO CUMPLE VERDADERAMENTE CON LA RESOLUCION No 60/147 ART. 19 Y 20 CON RESPECTO A LA INDEMNIZACION, REABILITACION Y REPARACION DE LAS VICTIMAS DE CRIMENES DE LESA HUMANIDAD.®
[Argentina]
El testimonio de un periodista uruguayo que investigó el caso de Macarena Gelman y el traslado de su madre.]
EL PAIS ›EL TESTIMONIO DE UN PERIODISTA URUGUAYO QUE INVESTIGO EL CASO DE MACARENA GELMAN Y EL TRASLADO DE SU MADRE
La trajeron como una incubadora
Like this site...
Visite el Forum ! Inscribase, envie un email para identificarse como beneficiario de esta cauza.
Return to  hopepage
SECUESTRO DE BEBES
El traslado de María Claudia, madre de Macarena Gelman)

[Argentina / Uruguay] [El periodista uruguayo Roger Rodríguez presentó ante la Justicia un documento del Ministerio de Defensa de Uruguay donde consta que María Claudia García Iruretagoyena y otros secuestrados fueron llevados el 17 de octubre de 1976 en un avión de Pluna.]
Aspectos psicológicos del destierro
Adolescencia y exilio
María Isabel Castillo V.*
"Crisis de identidad, angustia del desarraigo, fantasmas que acosan, que acusan: el exilio plantea dudas y problemas que no necesariamente conoce quien vive lejos por elección. El desterrado no puede volver al propio país o al país elegido como propio. Cuando uno es arrojado a tierras extranjeras, queda muy a la intemperie el alma y se pierdan los habituales marcos de referencia y amparo. La distancia crece cuando es inevitable".
http://chile.exilio.free.fr/chap04a.htm